De enige weg

De enige weg

Het is eind augustus en heet. Bloedheet. Ik zeg de aangename airco voor even gedag en stap uit m’n luxe huurauto. Voor het eerst sinds lange tijd zet ik weer voet op de bodem van het dorp waar ik de eerste jaren van mijn leven heb gewoond. Ik snuif lichtjes de lucht in. De warmte masseert m’n longen. Ik probeer m’n benen wat meer ruimte te geven in de klamme spijkerbroek door ze even te strekken. Dan loop ik de begraafplaats op. Gemaakt resoluut. Een soldaat die zijn angst niet wil voelen.

Stilte

Het is een grote begraafplaats. Ik haat begraafplaatsen. Ze slaan de dood altijd recht in je gezicht. Ongevraagd. Brutaal. Met een arrogantie van: wacht maar. Jij komt nog wel. Waar zou ze liggen? Ik haal nog een keer diep adem. Ik voel de moeilijkheid van het moment al op de deur kloppen. Ik besluit het geklop nog even te negeren. Intuïtief loop ik naar de verste uithoek van deze plaats waar de stilte en de krekels vechten om de heerschappij ervan. Van mij mogen ze. Beide lijken even onvermoeibaar. Maar ik weet dat de stilte zal winnen. De stilte wint altijd. Bij elke stap die ik zet, lijk ik moeier te worden. Grafstenen kijken me stoïcijns na. Ik kijk terug. Zoekend, geboeid door de foto’s, de teksten. De data. Ik vind de dood niet alleen maar beangstigend, maar ook fascinerend. De doden staren vanuit hun foto’s terug. Blik ijskoud alsof ze toen al wisten waar de foto voor gebruikt zou worden.

Het graf

Dan zie ik haar graf. Haar graf ziet mij. Vanuit het zwarte marmer overvalt ze me. Tante Jela, Jeja voor mij. Haar koosnaam die nooit stierf. Moeder Jeja ook. Haar blik is serieus. Alsof ook zij wist. Ik kijk naar de graven om haar heen. Mijn opa en oma. Een oom, 42 geworden. Dan kijk ik haar weer aan. Mijn ademhaling gaat sneller. Kruipt m’n borst in. Benen voelen zwak. Ik vecht tegen de emotie. Sla mezelf op de wang. Spreek mezelf bemoedigend toe: sterk zijn! Dan komen de tranen.

Als een rivier van zout water zoeken ze de kortste weg naar mijn mondhoeken. Met de tranen komen de herinneringen. Het diep weggestopte verdriet. Wakker worden met de zoete geur van melk en versgebakken brood, haar warme glimlach, haar handen over mijn haardos, de blik in haar ogen. De langgerekte ‘joooj’ als ze me bewonderend aankeek. Haar verontruste blik als ze me verzorgde als ik ziek was of was gevallen. Ik buk naar voren en stoot een ‘sorry’ uit. Ik kus de hete steen. Nog een ‘sorry’ en nog één. Door de oorlog hebben we elkaar lang, veel te lang niet gezien. Ik Kroaat, zij Servisch. Waanzin dat een grens trok van het ene hart naar het andere. Het andere dat altijd open bleef staan. Het mijne dat ik dwangmatig afsloot in de hoop ergens bij te horen. Een grens die nooit heeft bestaan, maar waar ik zo graag in wilde geloven. Tegen beter weten in.

Mens in wording

Hier, op deze hete augustusdag, sterf ik. Ik sterf voor de ziekte van nationalisme, voor de valse beloften van het populisme. Ik sterf voor de lokroep van het valse, van die van haat op grond van etniciteit en religie. Het heeft me al zoveel gekost. Hier, op deze gewijde grond in Vojvodina, mijn geliefde Srijem, het vruchtbare laagland, plant ik een zaadje voor een andere manier van leven. Hier kom ik dichter bij mij zelf. En daarmee automatisch tot de ander.

Van gebalde vuist naar een uitgestoken hand. Omzichtig nog, onhandig, onwennig vooral. Hier sterf ik. Niet in één keer, niet in m’n slaap, onbewust. Hier omarm ik bewust het proces van sterven. Aan alles dat niet langer dient. Een langgerekt afscheid van geliefd ballast. Van hokjes waar ik nooit in paste. Van overtuigingen die nooit de mijne waren. Nooit echt. Met deze dood word ik ook opnieuw geboren. Niet spontaan. Het is geen gemakkelijke bevalling. Verre van zelfs. Beetje bij beetje ontworstel ik mij aan het verstikkende cocon waarin ik zo lang opgesloten heb gezeten.

‘Mens zijn’ wordt mijn nieuwe levensdoel. Een mens in wording. Ter nagedachtenis aan haar die het zo makkelijk af leek te gaan. Mens zijn. Hoe makkelijk, hoe moeilijk ook. Verdomd moeilijk soms, maar het is de enige weg. Alle andere lopen dood. Dood.