Inzicht

Inzicht

Inzicht is als een klap tussen je ogen. Zacht voor het echte, hard voor het valse. Het valt als een baksteen uit de spreekwoordelijke hemel. Soms ontboden, maar meestal gaat aan zijn komst geen aankondiging vooraf. Inzicht ontneemt je dat wat je dacht te weten. Het ontdoet je van je verhaal als een jonge godin van je kleren. Je kunt niets anders dan je overgeven.

Noch dit, noch dat

Inzicht veroordeelt tot de nuance. Het werpt je in de smalle, bodemloze kloof tussen zwart en wit in. Eenmaal getroffen door zijn pijl is er geen weg terug meer naar de ooit zo bekende wereld. Je wordt niet iemand die weet; eerder iemand die niets weet. Geen vinder, maar een zoeker tegen beter weten in.
Anders dan velen denken stemt het niet grijs. Het is niet én wit én zwart; het is eerder noch het één, noch het ander. En toch neemt het stelling. Het zal nooit claimen waarheid te zijn en toch kiest het altijd haar kant. Onbegrepen, onzichtbaar is het. Ongrijpbaar vooral. Dat wat het levenloze doodt en het nieuwe onthult. Verscholen in de rode pil van Neo wacht een nieuwe aarde en een nieuwe hemel om geboren te worden.

De wijze en de dwaas

Alleen in die kleurloze kloof tussen zwart en wit in, wordt dat gevonden waar de heilige boeken naar wijzen. Maar jezelf erin verliezen durft slechts de spaarzame enkeling. Hij zal de wijze worden genoemd. En de dwaas zal over hem praten. En schrijven. En zingen. Hij zal naar hem opkijken. Hij zal hem zoeken aan de weidse hemel, biddend voor dat wat hij het meeste vreest. En de wijze zal zwijgend toekijken. De kosmos dragend op zijn handpalm. In de taal van God zal hij onophoudelijk wijzen naar hem die de stilte kan horen.

Maar wie is bereid te luisteren?