Mijn benjamin

Mijn benjamin

Naast me ligt mijn Juraj te slapen. Mijn kleine, verlegen, stoute Jure. Mijn benjamin. Ik sluit m’n ogen en luister naar zijn ademhaling. Vanuit de verte probeert het luide gebrul van een vliegtuig mij de wereld in te trekken. Gedachten bedelen om mijn aandacht. Facebook roept. De afstandsbediening wacht vol ongeduld. Vergeefse pogingen. In de ademhaling naast mij vind ik mijn vervulling. Elke inademing is mijn geluk; door elke ademtocht stroomt mijn vrede. In, uit, in, uit. De zin van mijn bestaan reciterend. Zijn ademhaling is de mijne geworden. Alles wat van waarde is, ligt hier, naast me. Als ik mijn ogen nooit meer zou openen, zou het goed zijn. Alles is goed nu. Perfect.

Veel kwijtgeraakt, toch ontbreekt het me aan niets. Wie zegt dat de hemel boven is, heeft nooit echt liefgehad.
Een moment van overgave, als een adelaar met zijn uitgestrekte, machtige vleugels rustend op de adem van God. Onbereikbaar voor de kraaien van deze wereld. Berooid, beroofd, verlicht, lig ik daar, als Koning van het Niets.